Onder de klok

Georganiseerde hulp aan joodse kinderen

Hier bestellen

Verzet en hulp bij onderduik: en de rol van o.m. Amsterdamse en Utrechtse studenten

Onder de Klok, Georganiseerde hulp aan Joodse kinderen beschrijft hoe in 1942 studenten, samen met anderen, in Amsterdam en Utrecht in actie kwamen om Joodse kinderen te redden. Binnen twee jaar lieten zij er ongeveer achthonderd onderduiken bij pleeggezinnen door heel Nederland. En zorgden ook voor de benodigde bonkaarten, kleding en geld.

Een team smokkelde kinderen onder de ogen van de Duitsers uit de ‘crèche’, de wachtkamer van de dood tegenover de Hollandse Schouwburg. Andere studenten – merendeels meisjes – namen de kinderen over ‘onder de klok’ op het station en brachten hen per trein naar zusterorganisaties in de provincie. Daar stond – alweer onder de klok – een derde team klaar om de kinderen naar pleeggezinnen te brengen. Rondom de pleeggezinnen bouwden zij een beschermende cocon, waar soms hele dorpen bij betrokken waren.

Sommige kinderwerkers betaalden voor dit verzetswerk met hun leven. Anderen raakten beschadigd in Duitse gevangenschap. Zij die het overleefden beschouwden het als het belangrijkste wat ze ooit deden.

In Onder de klok reconstrueert historicus Bert Jan Flim dit ‘kinderwerk’. Op basis van honderden gesprekken met verzetstrijders en onderduikers weet hij een nagenoeg compleet beeld te schetsen van hun ‘organisatie’.

‘Feitelijke verhalen van onuitgesproken heldendom’ – Arjen Fortuin, NRC Handelsblad

‘Fascinerend verhaal (…). Bert Jan Flim geeft in Onder de klok een levendig en gedetailleerd beeld van deze twee succesvolle organisaties.’ **** – Aleid Truijens, de Volkskrant 

‘De auteur heeft oog voor de kleine details (…). Ook schuwt hij niet om de duistere kan van het verhaal te tonen. Door deze mix van leuke, ‘alledaagse’ en aangrijpende gebeurtenissen komt het verhaal levensecht over. (…) het is een afwisselend boek geworden en daarmee toegankelijk voor een breed publiek. (…) een absolute aanrader voor iedereen die meer over dit deel van de Nederlandse geschiedenis wil weten. **** zeer goed –  Go2war2.nl

Fragment te beluisteren op de radio: Ankie Stork bij een radiodocumentaire van VPRO O.V.T. Het stuk start op 1 uur en 22 minuten: http://www.vpro.nl/speel.program.47522283.html

Lezingen:

  • 6 mei 2012, Amsterdam, Hollandsche Schouwburg, Plantage Middenlaan 24. Sprekers: Bert Jan Flim, Max Léons, en Gert Jan de Vries. In aanwezigheid van Ed van Thijn en Max Arian (oud-onderduikkinderen), Rut Matthijsen (1921, oud-lid U.S.C.), Giséla Wieberdink-Söhnlein (1921, oud-lid A.V.S.V.) en Sieny (1922)en Harry (1920) Cohen. I.s.m. Joods Historisch Museum, 4 en 5 Comité Amsterdam en de Hollandse Schouwburg. Aanvang 11.30 uur. Zie ook www.joodsehuizen.nl
  • 10 mei 2012, Hoogeveen, Bibliotheek Hoogeveen, Willemskade 27. Interactieve presentatie met Bert Jan Flim en Gert Jan de Vries. I.s.m. Bibliotheek Hoogeveen en de Historische Kring Hoogeveen. Aanvang 19.30 uur. Zie ook www.bibliotheekhoogeveen.nl
  • 19 mei 2012, Sneek, Doopsgezinde Kerk ‘De Vermaning’, Singel 28. Presentatie door Bert Jan Flim. Aanvang 20.00 uur.
  • 24 mei 2012, Hengelo, Bibliotheek Hengelo, Beursstraat 34. Interactieve presentatie door Bert Jan Flim. Aanvang 20.00 uur. Zie ook www.bibliotheekhengelo.nl
  • 30 mei 2012, Amsterdam, Spui25. Interactieve presentatie door Bert Jan Flim. Aanvang 20.00 uur. Aanmelden is verplicht! Zie www.spui25.nl.
Kleine toelichting wat betreft de aanwezigen tijdens de lezingen:

Tijdens de lezingen zullen enkele nog levende kinderwerkers aanwezig zijn. Zo begroeten we op 4 mei Rutger (Rut) Matthijsen (1921, oud-lid U.S.C.). Rut stond aan de wieg van het Utrechts Kindercomité (UKC). Hij is 91 en enigszins hardhorend, maar altijd bereid om vragen over dit onderwerp te beantwoorden. In Nijverdal zal Ankie Stork (1921, oud-lid U.V.S.V.) – eveneens 91 jaar oud – aanwezig zijn. Ankie woonde destijds in Nijverdal, op de grens tussen Salland en Twente. In die streek bracht zij tientallen Joodse kinderen onder bij vooral boerengezinnen. Ook is Giséla Wieberdink-Söhnlein (1921, oud-lid A.V.S.V.) aanwezig.  Studente uit Amsterdam, die zowel voor de ASG als het UKC koerierde. Ze reisde zeer veel met Joodse kinderen. Ze werd in 1943 samen met Hetty Voûte  gearresteerd, wat een bijzonder zware klap was voor het Kindercomité. Ze lieten beiden niets los, en werden beiden uiteindelijk bevrijdt in Ravensbrück.

Op de bijeenkomst op 6 mei in de Hollandsche Schouwburg zijn, naast de eerder genoemde drie, ook Sieny (88) en Harry (92) Cohen-Kattenburg aanwezig. Dit echtpaar – ze trouwden tijdens de oorlog – speelde een voorname rol in het wegsmokkelen van ongeveer 600 Joodse kinderen uit de crèche aan de Plantage Middenlaan. Helaas heeft Wouter van Zeytveld (88, oud-lid A.S.C.)) af moeten zeggen. Hij richtte samen met Piet Meerburg de Amsterdamse Studenten Groep (ASG) op, die – net als het UKC – uiteindelijk 400 Joodse kinderen wist te redden van een wisse dood. Ook Henk Kluvers kan door omstandigheden niet aanwezig zijn. Het zou goed kunnen dat tijdens latere bijeenkomsten een of beide heren wel aanwezig kunnen zijn.


Bert Jan Flim uitnodigen voor een lezing?

Het is mogelijk Bert Jan Flim uit te nodigen voor een lezing over Onder de klok.De zeven bijeenkomsten die we tot nu toe hebben georganiseerd waren stuk voor stuk succesvol en buitengewoon interessant:

‘Bijzondere en zeer indrukwekkende ochtend’ – Chantal d’Aulnis, Hoofd publicaties Anne Frank Stichting

‘Ik vond het ook een erg mooie dag en heb veel enthousiaste reacties mogen ontvangen!’ – Albert den Boogert, Rector U.S.C.

‘De lezing van Bert Jan Flim in de Hollandsche Schouwburg over het onderduiken van Joodse kinderen vond ik bijzonder interessant en duidelijk. Bert Jan heeft een grote kennis van veel concrete details en ook een helder overzicht over de gebeurtenissen. Hij heeft nu eens op een andere manier laten zien dat hij dè kenner van deze materie in Nederland is’. – Max Arian, Journalist en een van de geredde kinderen

‘Het was een zeer bijzondere ochtend en ik heb alleen maar positieve reacties gehoord!’ – Sunta Overvliet, Joods Historisch Museum

Een aantal fragmenten uit het boek:

Fragment 1: De zwartste kant van het noodlot wordt gevormd door de geschiedenis van het onbekende vondelingetje ‘Remi van Duinwijck’. In de crèche werd hij het lievelingetje van Pimentel, maar helaas ook van een Duitse bewaker. Die laatste gaf hem zelfs een grote knuffelbeer. De onbekende, nagenoeg anonieme Remi werd zo het bekendste kind van de crèche. Dat stond een onopvallende onderduik in de weg.
Omdat van jonge weesjes niet kan worden verwacht dat zij zelfstandig met de trein naar Westerbork kunnen reizen vaardigde Hauptsturmführer F.A.G. Streich, de plaatsvervanger van Aus der Fünten, op 14 april 1943 dit bevel uit: ‘Es wird hiermit bestätigt, dass Virgénie R. Cohen und Mirjam Cohen als Begleitung für die Waisenkinder mit dem Transport vom 14. April 1943 nach Westerbork fahren und die Rückreise nach Amsterdam mit demselben Zuge antreten sollen.’
Virrie en Mirjam werden dus gedwongen om Remi en de andere weeskinderen weg te brengen naar Westerbork. ‘We deden het omdat ze anders de hele crèche opdoekten,’ aldus Mirjam. Uit schuldgevoel bewaarde ze het briefje van Streich tot haar dood. Virrie werd na de oorlog gekweld door een steeds terugkerende droom over deze treinreis.
Remi en de andere weeskinderen werden ondanks de goede zorgen gedeporteerd en vermoord.

Fragment 2: Virrie Cohen, directrice van de crèche:

‘In de spiegel van mijn herinneringen zie ik kinderen in een rij naar de overkant lopen, de crèche uit – de schouwburg in. Rugzakjes om. Dat waren kinderen zonder ouders. Die moesten mee als er niet genoeg volwassenen waren voor een transport. Aus der Fünten kwam zelf om de kinderen aan te wijzen. Ik kon er niets tegen doen. (..) Ik liet die kinderen naar de overkant lopen, ik heb ze niet tegengehouden. Waar denk je dat ik ’s nachts wakker van lig? Niet van die kinderen die ik na de oorlog in Limburg heb teruggevonden, maar van de rijen kinderen die ik naar de overkant heb laten gaan.’

Fragment 3: Piet Meerburg ging op bezoek bij Sjoerd Wiersma, een zeer gereformeerd man die in Joure een wasserij runde. De stugge, steile christen bleek wekelijks naar Haarlem te rijden en daar de vrachtwagen van zijn wasserij helemaal vol te laden met Joodse onderduikers. Die bracht hij vervolgens in Friesland onder.
‘Ja kijk,’ antwoordde Wiersma, ‘er staat in de bijbel: “Hebt uw vijanden lief.” En de Joden zijn mijn vijanden. Maar ik moet ze wel liefhebben. En ik moet ze redden. Want dat is mijn christelijke taak.’
Meteen de volgende ochtend meldde Meerburg de dwaze conversatie aan Krijn van den Helm: ‘Jezus, Krijn, wat is dat voor een man? Is dat wel safe?’ En Van den Helm sprak broodnuchter: ‘Oh, daar moet je je helemaal niks van aantrekken. Er zijn er hier meer die zo redeneren. Maar dat zijn de allerbesten.’

Fragment 4: Eventuele problemen binnen het gezin werden op die manier snel gesignaleerd en indien mogelijk opgelost. Maar niet alle plooien lieten zich gladstrijken. Voor een aantal problemen werden de oplossingen dwingend voorgeschreven. Zo kreeg iedereen een andere naam en dienden de onderduikers zich – op zijn minst voor de vorm – te conformeren aan de religie van hun pleegouders. In de woorden van Mia Coelingh: ‘Ze kregen een andere identiteit zou je bijna kunnen zeggen. Tijdelijk.’ Voor een klein aantal kinderen was die andere identiteit helemaal niet tijdelijk. Na de oorlog vroeg niemand naar hen, omdat hun gehele familie was vermoord. Enkele van hen voegden zich naar de Friese zeden en gewoonten en werden blijvend iemand anders. Ook tijdens de bezetting wilde een van hen, een volwassen vrouw, al definitief van religie veranderen. Ze vertelde aan Willem Mesdag dat zij gedoopt wilde worden. De Mesdags overlegden vervolgens met de andere twee wat ze daarmee aan moesten.
Het antwoord was ‘Nee’. Grote definitieve beslissingen over identiteit wilde het oecumenisch trio niet nemen. Dat was in lijn met een afspraak die Jansen en Mesdag al in het begin met Piet Meerburg hadden gemaakt.

Fragment 5: Maar Hetty en Olga hadden niet veel tijd meer voor de studie, want zij werden gevraagd door praeses Micky Verloop om in het bestuur te komen van de UVSV. Hetty had niet zo’n hoge dunk van die vereniging, maar nam het aanbod aan, omdat ze vanuit deze bestuursfunctie de andere leden kon aansporen om in actie te komen.
‘Het voornaamste uit die UVSV-tijd is dat je continu tegen twijfelende mensen kon zeggen: “Ben je helemaal gek. Zie je dan niet dit? Zie je dan niet dat?” Ik zie ons nog een jaardiner hebben. We kregen slechts één ei te eten. En toen riep ik: “Ein Führer, ein Reich, ein Ei.”‘

Fragment 6: Eind 1942 kreeg het Utrechts Kindercomité er nog een belangrijk lid bij, een scheikunde studerende vriend van Frits Iordens genaamd Geert Lubberhuizen. Net als de meeste ukc’ers was de 26-jarige Lubberhuizen een welgestelde flierefluiter. Hij had in de redactie gezeten van het usc-blad Vox Studiosorum, dat in februari 1941 moest verdwijnen. In het voorlaatste nummer had hij zich tegen de antisemitische film Jud Süss gekeerd, een verzetsdaad avant la lettre. Geert was handig in het ‘organiseren’ van geld en goederen en daar werd hij dus door het kindercomité voor ingeschakeld. Zijn verloofde, de Arnhemse apothekersassistente Willy van Reenen, bracht van tijd tot tijd Joodse kinderen naar het filiaal in Arnhem.

Prijs boek: € 19,90,
Paperback, 135 x 210 mm, 320 pagina’s
ISBN: 978 94 9136 3023
Direct bestelbaar via deze link

Prijs eboek: € 4,90
Direct bestelbaar via deze link

Tekening omslag: Marcel van der Drift
Zie ook de documentaire Omdat hun hart sprak