Heldenmoed

3 oktober 2017

Betty Goudsmit-Oudkerk werkte als kinderverzorgster in de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg en redde samen met anderen ettelijke honderden joodse kinderen. Esther Göbel en Henk Meulenbeld tekenden het verhaal van haar stormachtige leven op en een jaar geleden nam burgemeester Eberhard van der Laan het eerste exemplaar van Betty in ontvangst tijdens een diep ontroerende middag in het Nationaal Holocaust Museum.

Elsbeth Etty recenseerde het boek in NRC Handelsblad als volgt:

‘Hoewel ze haar eigen leven op het spel zette om anderen te redden, vraagt [Betty] zich nog steeds af of ze wel genoeg heeft gedaan. Het antwoord staat in dit uitstekend gedocumenteerde en geïllustreerde boek, dat iedereen moet lezen uit diep respect voor zoveel heldenmoed.’

Bij het bekijken van de foto’s van die dag (hier Betty zelf met de burgemeester) valt me op hoe goed Van der Laan er toen nog uitzag. En de herinneringen aan die dag komen boven. Over hoe ontroerd ook Van der Laan was. Hij voelde zich dusdanig betrokken bij het onderwerp dat hij veel langer bleef dan zijn agenda toestond. Zijn woorden, maar ook zijn fysieke contact met Betty en anderen waren oprecht en vele malen doorleefder dan zijn functie voorschrijft.

Het was niet de enige keer dat Van der Laan Gibbon te hulp schoot. Rond diezelfde tijd verscheen er een herdruk van het boek Mitswa en Christenplicht, waarin de al even heroïeke daden van Max Léons en Arnold Douwes staan opgetekend. Dat boek verscheen in een Engelse vertaling, met een voorwoord van diezelfde Eberhard van der Laan. Het is – zie elders op deze site – verkrijgbaar onder de titel RUN HIDING PLACES. Maar voor wie het al in het Nederlands heeft of alleen in het voorwoord is geïnteresseerd, druk ik het hier afzonderlijk af, als eerbetoon aan deze uitzonderlijke burgemeester en als nog een bewijs van zijn betrokkenheid.

Foreword by Dr. Eberhard van der Laan, mayor of Amsterdam

Through the centuries, the Netherlands — and Amsterdam in particular — have been a place of refuge for people with different beliefs. That was the case in the Dutch Golden Age and that is still the case half a millennium later. This is a country where free trade, free speech, and free thinking go hand in hand with morality, prosperity,

progress, and art.

Yet there have been dark periods too. The darkest of all was the Second World War, the war that simply refuses to die down and become an ordinary part of history. The persecution of the Jews here caused irreparable damage in only a few years. The Jewish community in the Netherlands was hit harder than anywhere else. No other country had such a high proportion of its Jewish population deported and then murdered. Amsterdam alone lost 61,000 Jewish inhabitants, and this is still a raw nerve in the city.

The Nazis used intimidation and terror. Many people were scared off by this but some still took a stand against injustice, not knowing that this injustice had extended to mass murder on an industrial scale. These were people who risked their lives for their principles, who believed the lives of strangers were as valuable as their own.

It was Saint Nicholas evening in 1943. Twelve friends from the resistance were in my parents’ home trying to forget the war for just one evening during that grim period by celebrating this traditional Dutch festival. One year later, six of the twelve were assassinated by the Nazis. The Saint Nicholas party included members of the commandos of Johannes and Marinus Post, leading figures in the national underground movement. Johannes, a deeply religious farmer from Drenthe, risked everything for what he believed was just. He had set up an impressive organization in and around his farm for hiding people, but this did not prevent him from carrying out acts of resistance nationwide. In 1944 he was caught and executed by firing squad.

Eight thousand civilian fighters like Johannes were killed in total.

Over a year before his death, Johannes had handed over the management of his organization for hiding people to an unlikely duo: the thirty-eight-year-old son of a Protestant minister and an eighteenyear-old Jewish boy, the older a fiery man, the younger more circumspect. They were both in hiding themselves. This book is about those two men who came out of their safe hiding places to save the lives of hundreds of other people. They were modest