Gescheiden kamers

Pier Vittorio Tondelli

Tondelli_Kamers_VP

Koop het boek hier.

Pier Vittorio Tondelli: de Italiaanse Kellendonk

**** sterren – de Volkskrant

‘De beste Italiaanse homo-erotische roman die ik tot nu toe heb gelezen.’ – Jan Hol, Pantheon Boekhandel

‘Tondelli schreef een indringende, nostalgische en bij vlagen hallucinerende roman over de gedoemde liefde tussen twee jongemannen in de jaren tachtig – die gelukkig eindelijk in het Nederlands is vertaald.’ – Jet Steinz

‘Een meesterwerk dat diepe indruk maakt. Tijdloos, aangrijpend, soms geestig, intiem en eerlijk zijn woorden die dit boek goed omschrijven. Dat is een prestatie van niveau.’ – Paul Hofman, Gaynews

‘Tondelli beheerst de kunst van het omarmen met woorden.Van het zacht toedekken en verwarmen met zorgvuldig geschreven zinnen die stuk voor stuk melancholie met zich meedragen. Die je helpen met het zoeken naar de ultieme zin der dingen. En je troosten wanneer het gebrek eraan de deken ongemerkt van je af laat glijden, in een onbewaakt ogenblik.’ – Janneke Siebelink, Bol.com

‘Een ontdekking.’ – Winq

Gescheiden kamers kent navrante en scherpzinnige passages.’ – NRC Handelsblad

‘Tondelli weet als geen ander het onbehagelijke gevoel van begin van de AIDS-epidemie op te roepen. In zeer helder en raak getroffen proza geeft ‘Gescheiden kamers’ een scherpe, maar vaak ook pijjnlijke analyse van het, soms,  eenzame homosexuele bestaan in de vroege jaren tachtig.’ Chris, Zwart Op Wit Boekhandel

‘Gescheiden kamers is een contemplatief boek dat ook de lezer tot nadenken stemt’. – Coen Peppelenbos, Tzum

‘een zeer geslaagde vertaling van Jan van der Haar, waarin met name de ritmische kwaliteit van de tekst prachtig wordt weergegeven. (…) Ik beveel dit boek: niet zozeer als tijdsdocument, maar om de poëtische en stilistische kwaliteiten.’ – Gandolfo Cascio, Notiziario

‘Liefde en leven in moeilijke tijden: herontdek een weergaloos Italiaans auteur in de prachtvertaling van Jan van der Haar.’ Philiep Bossier, Hoogleraar Italiaanse studies Utrecht

Gescheiden kamers is een intiem en, ondanks dat het zo duidelijk in die tachtiger jaren afspeelt, tijdloos verhaal over liefde en dood. Elkaar aantrekken en weer afstoten zijn immers universele kenmerken van de liefde. De roman is geschreven in een serene, niet uitbundige stijl en bevat prachtige passages waarin de taal de inhoud bijna naar de achtergrond verdringt. – Geurt Frantzen, Literair Nederland

‘Dit boek kan ik een ieder aanbevelen. Het verhaal zit goed in elkaar, de auteur heeft zinnen op papier gezet die zo wonderschoon zijn dat ik ze steeds weer wil lezen. FleurSanne, Bol.com

‘Ik vind het boek een literair hoogstandje.’ – Sanneke van der Grijp, Hebban.nl

‘Een cultklassieker die een haarscherp beeld geeft van de late jaren tachtig, wanneer vrijheid-blijheid niet meer vanzelf-sprekend is.’ – De Smaak van Italie

‘…een heel erg mooi verhaal vanaf het begin tot het einde’. – Jacqueline de Waal, Hebban.nl

‘Tondelli’s Gescheiden kamers is een gelaagde ideeënroman die een tweede of zelfs derde lezing vraagt en ook verdient’. – Kris

‘De Italiaanse schrijver Leo rouwt om de dood van zijn geliefde, de jonge Duitse pianist Thomas – onuitgesproken, maar voor de goede verstaander overduidelijk – aan de gevolgen van aids. Het verhaal bevat indrukwekkende, diepzinnig-elegische overwegingen over deze relatie: over begeerte en liefde, over het niet mét en niet zonder elkaar kunnen, waardoor samenwonen onmogelijk is (vandaar de titel) en over schuldgevoel door de blik van de (burgerlijke, katholieke) ander. Bovendien beschrijft het prachtig de grootsteedse homowereld in de jaren tachtig, overigens met aids als wonderlijke witte plek. Ondanks de ophef die de auteur in Italië met eerdere homo-erotisch expliciete boeken veroorzaakte, behoort zijn werk daar tot de (modernistische) canon en gaf Bompiani zijn oeuvre in twee delen uit in een ‘klassieken’-reeks. Vanwege zijn kleine, stilistisch knappe en diepzinnige oeuvre, zijn uiteenzetting met het katholicisme (dat hij afzwoer, maar op zijn sterfbed weer omarmde), zijn vroege dood door aids en zijn cultstatus wordt Tondelli (1955-1991) hier wel ‘de Italiaanse Kellendonk’ genoemd. Prachtig omslag..’ – NBD Biblion

Pier Vittorio Tondelli was volgens zijn  hoogleraar Umberto Eco een briljante student. De jongeling uit Correggio begon hartstochtelijk aan een schrijfcarrière en de rest van zijn biografie kun je regelrecht overschrijven uit die van Frans Kellendonk: gevoelig en stilistisch zeer precies werk, een klein oeuvre, grote kritische waardering, homoseksueel, internationaal, aids, een laatste roman met de dood in de ogen geschreven en met een hoofdpersoon die ook aids heeft. En op het nippertje die twee enorme bestsellers.

Camere Separate is Tondelli’s zwanenzang verschenen in 1989. Het is ontroerend en het geeft een kartelscherp beel van de late jaren tachtig. Tondelli overleed in 1991.

Gescheiden kamers beschrijft de tragische romance van twee jongemannen, de Duitse pianist Thomas en de Italiaanse schrijver Leo. Met meesterhand beschrijft Tondelli Leo’s rouwverwerking nadat Thomas aan aids is overleden – het lot dat de auteur luttele jaren later zelf ook zou treffen. Het decor is het grootstedelijke kunstenaarsmilieu in de jaren tachtig van de vorige eeuw, de eenzaamheid van de mens in een steeds verwarrender en complexere wereld.

Vertaald in het Frans, Portugees, Duits, Engels, Catalaans, Sloveens en Castiliaans

‘De taal is volmaakt’. – Luciano Satta, Il GIornale

‘Schitterende roadnovel. De liefde als spanning, gevaar, zelfontdekking, overpeinzing van de wereld, openbaring van de toekomst’. – Oreste del Buono, Panorama

‘Klank en kleur van een elegie, van een bijtende weemoed’. – Enzo Siciliano, Corriere della Sera

‘Buitengewoon geslaagde roman over liefde en dood, nostalgie en volwassenheid, onmacht en grandeur.’ – Cesare De Michelis, Fiori di carta

Boek: Pier Vittorio Tondelli , Gescheiden Kamers * paperback * Omvang: 220 blz. * Formaat: 13,5 x 21 cm. * Prijs boek €19,90 * ISBN boek: 9789491363597 * Prijs e-boek: €8,90 * ISBN e-boek: 9789028900004

Leesclubvragen opgesteld door de vertaler

  1. Wat is de betekenis van de titel?
  2. Wat zijn de voornaamste thema’s?
  3. Hoe zou je de stijl typeren?
  4. Het boek bestaat als een muziekstuk uit drie delen (movimenti). Welke rol speelt muziek?
  5. Al valt nergens het woord ‘aids’, toch zou je dit boek een ‘aids-roman’ kunnen noemen. Welke passages in het boek pleiten hiervoor?
  6. Hier en daar is in het boek sprake van intertekstualiteit. Waar bijvoorbeeld?
  7. Deze roman wordt ook wel een roadnovel genoemd. In hoeverre beantwoordt hij aan dit genre?
  8. In hoeverre speelt Amsterdam een rol in dit boek?
  9. Zijn er nog maatschappelijk elementen van toen, 1989, het jaar dat het boek verscheen, aan te wijzen in de actualiteit van nu? In hoeverre had Tondelli een vooruitziende blik?
  10. Hoe heeft Leo zijn vriend Thomas precies versierd?
  11. Waarom was hun relatie gedoemd te mislukken?
  12. Welke indeling van typen homoseksuelen wordt er gemaakt in het boek?
  13. In hoeverre beantwoorden Leo en Thomas aan de clichés van een klassieke gay?
  14. Hoe gaat Leo met de biseksualiteit van Thomas om?
  15. Is Gescheiden kamers een typische homoroman of overstijgt het dat genre, zo ja, hoe?
  16. Wat is de rol van drank en drugs in het boek?
  17. Op welke manieren raakt Tondelli de tijdgeest in dit boek?
  18. Waar is Leo geboren? Hoe zou je het ouderlijk milieu van Leo kenschetsen?
  19. Waar komt Thomas vandaan? Wat is zijn achtergrond?
  20. Hier en daar zijn er referenties naar het Jodendom en WOII. Hoe zit dat precies?
  21. Hoe moet je het slot van het boek interpreteren?

Nawoord van de auteur: Jan van der Haar schreef een nawoord bij deze Nederlandse editie van Tondelli dat helaas niet opgenomen kon worden in het boek. We drukken het hier in zijn geheel af.

Begin jaren negentig las ik Camere separate (Gescheiden kamers) van de jong overleden Pier Vittorio Tondelli (1955–1991). Tondelli’s zwanenzang bezorgde me een onvergetelijke leeservaring. De roman – die oorspronkelijk de ondertitel ‘een zwerftocht in de herinnering en de liefde’ had – verbindt uitersten als Parijse concertzalen, New Yorkse disco’s, de stranden van Rimini, verliefdheid, relatieperikelen en de vragen naar het leven met zoeken naar identiteit, afdalen in de krochten van de menselijke ziel, de weg naar de stilte, vragen naar de dood.

Tondelli raakte mijn ziel en heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Ik vertaalde voor Gay 2003 (Vassallucci, 2003) het verhaal ‘Senso contrario’ (‘Tegengestelde richting’) uit Tondelli’s debuut Altri libertini (Feltrinelli, 1980). In 2012 vertaalde ik voor het voorjaarsnummer van het tijdschrift Kort Verhaal het essay ‘Amsterdam’, Tondelli’s portret van de Nederlandse hoofdstad, opgenomen in Un weekend postmoderno (Bompiani, 1990).

Pier Vittorio Tondelli is in Italië een van de meest gezichtsbepalende schrijvers van de jaren tachtig geweest. In een klein, maar invloedrijk oeuvre weet hij de tijdgeest raak te treffen. Dit doet hij bijvoorbeeld door het noemen van allerlei kunstuitingen van toen. In Gescheiden kamers wordt geluisterd naar de muziek van The Smiths en leadzanger Morissey, Deacon Blue, Swing Out Sister, Billy Bragg, Wim Mertens. Aan de muren hangen posters van films als Cabaret en Straw Dogs: ‘Verdwenen zijn de affiches van Slaughterhouse-Five en de foto’s van de Italiaanse Filmdagen van ’73, de zijne en die van zijn vrienden. De foto van Claes Oldenburg is er niet meer, evenmin als die van Franz Kline, die vroeger op een prikbord boven zijn bed hingen.’ Schrijvers die de hoofdpersoon – in dit geval ook Tondelli – bewondert, zijn Antonio Delfini en Silvio D’Arzo en Jack Kerouac. Van de laatste wordt een passage geciteerd uit On the Road.

Pier Vittorio Tondelli werd op 14 september 1955 geboren in het Noord-Italiaanse Correggio, een stadje in de provincie Reggio Emilia. Het gezin Tondelli bestond uit de ouders Brenno en Marta, Pier Vittorio en zijn broer Giulio. De schrijver definieert zijn milieu als dat van ‘gewone, eenvoudige mensen, lieden die de provinciale en gemeentelijke wegen bewandelen, lieden die de kranten en de roddelpers vermijden’. Van jongs af aan is Tondelli een verwoed lezer en vanaf zijn twaalfde vaste klant van de gemeentebibliotheek. Een van de eerste boeken die hij leent is De Rode Pimpernel van baronesse Orczy. In Correggio bezoekt hij het Rinaldo Corso-gymnasium. Hij is actief in de parochie en publiceert zijn eerste teksten in gestencilde blaadjes onder de naam Vicky, zoals zijn bijnaam dan luidt. Hij maakt een toneelbewerking van De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry, die in Correggio wordt opgevoerd.

In 1975 gaat Tondelli aan het DAMS-instituut in Bologna studeren. Hij bezoekt er veelvuldig de filmhuizen en theaters. In 1976 treedt hij toe tot het bestuur van Teatro Aseoli in Correggio. In Bologna volgt hij de colleges van Gianni Celati en Umberto Eco. Naar aanleiding van een scriptie over wijn, door Tondelli uitvoerig beschreven in Een verhaal over wijn, ontstaat met de laatste bijna ruzie. Eco toen: ‘Dit is materiaal voor een uitstekend artikel, niet voor een afstudeerscriptie. En ik ben geen hoofdredacteur van de Playboy. U krijgt een negen en een half, als u maar nooit meer over semiotiek schrijft.’ Eco nu: ‘Het is precies zoals Tondelli het vertelt. Dat bleek meteen al uit de samenvatting, die briljant was, vol verrassende citaten, heel persoonlijk ook. Het was een mooi essayistisch stuk – en voor zover ik me herinner heel goed geschreven – en het heeft het verloop van de ruzie bepaald, want ik besefte dat ik een geniale jongeman voor me had.’

Tondelli schrijft een eerste roman en laat die lezen aan een redacteur van uitgeverij Feltrinelli. ‘Ik heb altijd geschreven, al vanaf mijn zestiende… Voor mij is schrijven altijd verbonden geweest met dromen, verlangen. Die eerste tekst – het typoscript dat voorafging aan Altri libertini – vele pagina’s met gekunsteld taalgebruik, met qua structuur ook opmerkelijke pretenties […] wordt iets heel persoonlijks, niet publicabel, misschien wel juist daarom. Het is een inventarisatie van de verlangens van een provinciaalse adolescent, met alle gevolgen van dien. Alles in zo’n leven bleek onder familiale en sociale controle te staan.’ De redacteur adviseert Tondelli het manuscript om te werken tot een aantal korte verhalen.

In januari 1980 debuteert Tondelli met de verhalenbundel Altri libertini. Die wordt goed ontvangen door de kritiek en vooral door het jonge lezerspubliek. Tondelli baart hoe dan ook opzien door de rechtszaak wegens onzedelijkheid die bij de verschijning van de derde druk tegen hem wordt aangespannen. De bundel geeft een rijk geschakeerd beeld van diverse jeugdsubculturen die er eind jaren zeventig in Noord-Italië bestonden, in een vernieuwende stijl met jargon, jeugdtaal en dialect, doorspekt met vloeken en verwensingen. Jongeren lappen conventies en taboes aan hun laars in hun overgave aan seks, drugs en rock-’n-roll. Er verschijnen vertalingen in onder meer het Frans, Spaans, Duits, Catalaans en Pools.

Natuurlijk wordt Tondelli vrijgesproken, maar hij is dan al un caso letterario, een literaire kwestie. In 1980 studeert hij af in de letteren met een scriptie over epistolaire literatuur als romanvraagstuk. Hij wordt medewerker van diverse kranten en tijdschriften, waarvoor hij vele reizen zal maken.

In april 1980 moet hij in dienst en wordt eerst gelegerd in Orvieto, daarna in Rome. Twee jaar later, in juni, verschijnt bij Feltrinelli zijn tweede roman, Pao Pao, die het leven van toen nog dienstplichtige militairen beschrijft. De titel van het boek is meerduidig, te lezen als de knallen van een pistoolschot, maar ook als letterwoord: pao is de afkorting van picchetto armato ordinario: gewoon soldaat. Weer twee jaar later schrijft Tondelli zijn eerste en enige toneelstuk Dinner party (postuum uitgegeven in 1994). In mei 1985 publiceert uitgeverij Bompiani de polyfone roman Rimini, die ondanks een lauwe ontvangst door de kritiek met meer dan honderdduizend verkochte exemplaren een bestseller wordt.

In 1986 verhuist Tondelli naar Milaan. Baskerville, een kleine uitgeverij in Bologna, publiceert Biglietti agli amici (Briefjes aan vrienden), een persoonlijk boek in een kleine oplage. In het voorjaar van 1989 verschijnt bij Bompiani Camere separate, dat een ommekeer in zijn oeuvre betekent. Het is het ‘verhaal van een reis in drie concentrische delen annex hoofdstukken, als een logisch muziekwerk. Het thema van de dood, rouw om het verlies van de partner, religiositeit, de moeder, de geboorteplaats, reizen, vriendschap, zorgen voor een complexe zoektocht naar verinnerlijking en verdieping’.

Met Alain Alkann en Elisabetta Rasy richt Tondelli het literaire tijdschrift Panta op, waarvan in januari 1990 bij Bompiani het eerste nummer verschijnt. Hij ontmoet de criticus Fulvio Panzeri, die een grote vriend en vertrouweling zal worden en uiteindelijk Tondelli’s literair erfgenaam. In 1990 verschijnt bij Bompiani de vuistdikke essaybundel Un weekend postmoderno met een inleiding van Panzeri. Dit boek, met als ondertitel Cronache dagli anni ottanta – Kronieken van de jaren tachtig – bevat de verzamelde journalistiek die Tondelli in de jaren tachtig voor diverse kranten en tijdschriften schreef.

Tondelli is de mannenliefde toegedaan en heeft naast Pier Paolo Pasolini (1922–1975), Aldo Busi (1948) en anderen veel betekend voor de homo-emancipatie in Italië. Verder maakte Tondelli zich sterk voor aanstormend schrijftalent. In dat kader verzorgt hij voor uitgeverij Transeuropea in totaal drie boekuitgaven onder de titel Under 25, bloemlezingen met verhalen van jonge schrijvers.

In april 1991 verhuist Tondelli van Milaan naar Bologna. Na een reis in Tunesië wordt hij aan het eind van de zomer opgenomen in het ziekenhuis van Reggio Emilia. Hij lijdt aan aids, wat slechts in kleine kring bekend raakt. Hij keert terug naar de rooms-katholieke kerk en vat het plan op om zijn boeken te herzien. Hij heeft het niet kunnen uitvoeren. Op 16 december 1991 sterft Pier Vittorio Tondelli aan de gevolgen van aids. Hij vindt zijn laatste rustplaats op de dodenakker van Canoro, een buurtschapje bij Correggio.

In Italië geldt Tondelli als een modern-klassieke auteur; hij is uitgegeven in de prestigieuze Classici Bompiani en er zijn meerdere congressen aan hem gewijd. In 1997 is in zijn geboorteplaats Correggio het Centro di Documentazione Pier Vittorio Tondelli opgericht. Zie: www.tondelli.comune.correggio.re.it

Je kunt zeggen dat er met Tondelli, of in elk geval in het decennium waarin zijn voornaamste werken verschenen, een einde kwam aan de naoorlogse literatuur van Natalia Ginzburg (1916–1991), Italo Calvino (1923–1985), Alberto Moravia (1907–1990), Primo Levi (1919–1987) en andere grootheden, die tot dan toe een duidelijk stempel hadden gedrukt op de literaire productie. Dat het tijd was voor een nieuwe literatuur waarin de jongeren van de babyboomgeneratie aan het woord kwamen, werd geïllustreerd door de groep van de ‘giovani scrittori’, waartoe onder anderen Sebastiano Vassalli (1941–2015), Sandro Veronesi (1959) en Daniele Del Giudice (1949) behoorden. Tondelli wordt als de wegbereider van ‘I cannibali’ beschouwd, de literaire stroming uit de tweede helft van de jaren negentig, waarvan Niccolò Ammaniti (1966), Tiziano Scarpa (1963), Enrico Brizzi (1974) en Aldo Nove (1967) de grote voortrekkers waren.

2015 was in Italië het herdenkingsjaar van Pier Paolo Pasolini, die veertig jaar eerder in 1975 aan het strand van Ostia werd vermoord, en tevens het herdenkingsjaar van Pier Vittorio Tondelli, die zestig jaar eerder werd geboren. In Nederland werd in 2015 herdacht dat Frans Kellendonk (1951–1990) vijfentwintig jaar eerder was overleden. In 2016 wordt Tondelli’s vijfentwintigste sterfjaar herdacht.

Kellendonk en Tondelli: twee jong gedebuteerde, spraakmakende schrijvers, generatiegenoten die, hoe verschillend ook, op een aantal punten overeenkomsten vertonen. Beiden katholiek opgevoed, beiden homoseksueel, beiden gereserveerde, teruggetrokken naturen, beiden jong aan de gevolgen van aids overleden, beiden met een belangstelling voor het katholicisme en een hang naar religiositeit. Beiden zoekers en denkers. Beiden gretige reizigers, wat aan hun werk is af te lezen – in Gescheiden kamers wordt volop gereisd: door Europa en Noord-Amerika, per auto, bus, trein, vliegtuig. Zowel Kellendonk als Tondelli was in de jaren tachtig in eigen land een succesvolle, invloedrijke schrijver.

Frans Kellendonk heb ik één keer ontmoet in zijn stamkroegje Le Shako in Amsterdam. Het moet eind jaren tachtig geweest zijn. Ik herinner me zijn fleurige hawaïhemd. Zijn onverwachte uitbundigheid, naast zijn bekende ingetogenheid. Tondelli kwam graag in Amsterdam – misschien ook in Le Shako. Er is weinig fantasie voor nodig om de twee schrijvers met elkaar te zien kennismaken in het homocafé. Van Tondelli rest mij slechts zijn handtekening met de lange, dunne letters in zwarte inkt in het gesigneerde exemplaar van Un weekend postmoderno, dat ik in 1990 kocht in Libreria Bonardi in Amsterdam.

In diezelfde boekhandel had ik eerder Camere separate gekocht, Tondelli’s laatste roman. Het is een verhaal over eros en thanatos en alles daartussenin. Het verhaalt de romance van de Italiaanse auteur Leo en zijn vier jaar jongere vriend, de Duitse pianist Thomas. Vervolgens beschrijft het Leo’s rouwproces om de dood van de vijfentwintigjarige Thomas. Met meesterhand beschrijft Tondelli de gevoelens van zijn personages. Maar ook het toenmalige grootstedelijke kunstenaarsmilieu, de eenzaamheid van de mens in een steeds verwarrender en complexer wereld. Hij doet dat in een beeldende, trefzekere stijl met fraaie, soms lange, gebeeldhouwde zinnen die een bijzonder ritme aanhouden, afgewisseld met functionele, levendige dialogen.

Al wordt in het hele boek nergens het woord ‘aids’ genoemd – Leo weet niet beter of Thomas overlijdt aan een agressieve vorm van kanker – is het de oplettende lezer allang duidelijk hoe de vork in de steel zit. In een passage mijmert de hoofdpersoon over het wegvallen van de ene na de andere vriend, de ene na de andere kennis, met allerlei doodsoorzaken die genoemd worden, behalve aids. Aan het slot van de roman zinspeelt de hoofdpersoon op een ongeneeslijke ziekte en een spoedig einde aan zijn eigen leven. Toen Tondelli deze roman schreef, wist hij dat hij seropositief was.

De laatste drie jaar van zijn leven was zijn partner Luca Zanesi (1966), die in 2013 in een interview vertelt dat hij Pier Vittorio op 6 oktober 1991 voor het laatst heeft gezien. Daags tevoren had Pier Vittorio’s vader hem gebeld om hem net als in de roman te waarschuwen dat de zieke hem graag nog een laatste keer wilde zien. Daarna weigerde de schrijver ‘in die omstandigheden’ nog vrienden aan zijn ziekbed toe te laten. Alleen telefoneren was toegestaan.

Camere separate is door Andrea Adriatico bewerkt tot een toneelstuk, Biglietti da camere separate, dat in juli 2011 in het Museum voor Moderne Kunst (MAMbo) te Bologna in première is gegaan en nog jaren nadien succesvol is opgevoerd.