De magie van harmonie

Autobiografie van H. Johannes Witteveen

Ga hier naar de website van H.J. Witteveen
Hier bestellen

Autobiografie van dr H. Johannes Witteveen: econoom, ex-minister van Financiën, voormalig IMF-topman en vooraanstaand Soefi

‘Een schitterende autobiografie vol mooie zinnen en heldere analyses.’ Quote

‘Boeiende autobiografie van een unieke persoonlijkheid.’ NBD, Nederlandse Bibliotheek Dienst

Johannes Witteveen (Zeist 1921) is een man van formaat zoals Nederland er weinig kent. Deze kleinzoon van Wibaut was tijdens zijn lange, vruchtbare leven onder andere rector magnificus van de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, lid van de Eerste en Tweede Kamer, tweemaal minister van Financiën, Managing Director van het IMF en commissaris bij grote internationale en Nederlandse ondernemingen. Naast deze en vele andere maatschappelijke functies die hij heeft bekleed, neemt Witteveen intussen nog steeds een leidende positie in binnen de Soefi Beweging.
De Magie van Harmonie bevat de memoires van een aimabel man die altijd op ontspannen wijze tot een evenwichtige besluitvorming wist te komen. Ook in tijden van grote internationale spanning kon hij de hoge werkdruk aan dankzij zijn soefistische levenshouding.

Witteveens carrière omvat tal van cruciale periodes, waarin zijn minzame optreden doorslaggevend was. Zijn werk bij het Centraal Planbureau tijdens de wederopbouw is er een voorbeeld van, net als zijn krachtige ministerschap in het kabinet-De Jong dat de BTW invoerde. De spannendste tijd was evenwel zijn IMF-periode die samenviel met de oliecrisis. Witteveen weet de verschillende perioden uit zijn leven, inclusief zeer persoonlijke facetten, levendig te beschrijven en te voorzien van verhelderende kanttekeningen.

Leermeester van onder andere Ruud Lubbers, is hij decennia na zijn pensioen immer een gerespecteerd econoom. Hij publiceert in de Financial Times e.a. en deed nog onlangs de IMF-leiding ideeën aan de hand voor een grotere rol van het IMF in de Europese schuldencrisis. Zijn voortgaande engagement mag ook blijken uit de commentaren op de nationale en internationale actualiteit die hij in deze memoires geeft.

Afhankelijk van de interesse in economie, politiek en/of soefisme, kunnen de hoofdstukken afzonderlijk worden gelezen. Maar Witteveen hoopt natuurlijk dat de lezer het gehele boek zal lezen om het onderliggende verband, de ‘magie van de harmonie’, erin te ontdekken.

Witteveen schreef zijn autobiografie samen met de econoom Saskia Rosdorff.

Prijs boek: € 29,90
Hardback met stofomslag, 16 x 24 cm, 376 pagina’s, kleurenkatern en foto’s door het boek
ISBN: 978 94 91363078
Hier bestellen

Prijs eboek: € 8,90
Hier bestellen

Enkele linkjes naar Online recensies:
De Accountant: ‘een mooi boek’.


Enkele citaten uit de autobiografie

Citaat Witteveen, para 1.1 (De Grote Depressie)
De huidige financiële crisis roept bij mij herinneringen op aan die jaren dertig, toen ik jong was en de werklozen in rijen stonden om te ‘stempelen’ (registreren voor steun) in Rotterdam, waar ik woonde. […] Die tragische economische situatie is beslissend geweest voor mijn studiekeuze voor de economie.

Citaat Witteveen, para 3.1 (Studeren en ontspannen)
Het traditionele studentenleven in het Rotterdamsch Studenten Corps lag mij veel minder. Het was vaak ruw en er werd veel gedronken. Het sociëteitsleven, dat vooral ’s nachts speelde, vond ik een heel vermoeiend iets. Maar ik heb wel doorgezet en heb mij er kunnen handhaven. Ik heb er veel van geleerd: een zeker zelfvertrouwen en een bepaalde houding om met anders gerichte mensen toch vriendschappelijk om te gaan. Ik kwam in een goede jaarclub, De IJsheiligen, met vrienden met een wat verfijndere instelling die mij aansprak. Ook na onze studietijd kwamen wij nog eens per jaar samen. Geleidelijk werd de kring natuurlijk kleiner. De voorzitter was Zeger van Wulfften Palthe, een heel actieve, krachtige man, die bij Philips in Afrika heeft gewerkt en altijd veel is blijven rei­zen. Ook op zijn vrouw Marietje ben ik altijd erg gesteld geweest. Zeger was na Mik Blaauw mijn oudste vriend, omdat ik hem al tijdens mijn middelbare schooltijd in de debating club Oratores Orbis Terrarum had leren kennen. Hij overleed in 2009. Een andere clubgenoot was Roelf Burgers, een rustige wat laconieke man met een bijzonder gevoel voor humor, die later trouwde met mijn zuster Mieke. Later schreef ik als hoogleraar eens een stukje in het Rotterdams studentenblad Hermes over studie en studentenleven, waarin ik naast concentratie op de studie ook het belang van het studentenleven benadruk:
‘De studie eist een […] grote intellectuele inspanning. Maar de mens is niet alleen intellectueel. Deze inspanning is daarom eenzijdig. De algemene ervaring is, dat het op den duur niet mogelijk is zich langer dan 5 à 6 uur per dag werkelijk intensief op intellectuele problemen te concentreren. Streeft men naar meer, wil men 10 of 12 uur per dag werken, dan loopt men gevaar zich te overwerken, of wel komt het er in feite op neer, dat men een belangrijk aantal van de tien uur zit te suffen. Juist voor intellectuele arbeid is het van zeer groot belang, dat de geest fris en helder is.’

Citaat Witteveen, para 4.1 (Wederopbouw)
Na de oorlog begon mijn carrière bij het Centraal Planbureau (CPB), dat onmiddellijk in 1945 werd opgericht en waarvan de leiding werd toevertrouwd aan ‘mijn’ prof. Tinbergen. Hij nodigde mij direct met een drietal andere economen uit om hem te helpen dat planbureau op te bouwen. Zo kon ik dadelijk gaan werken aan de wederopbouw van onze economie. Daar had ik in de oorlog naar uitgezien.

Citaat Witteveen, para 4.3 (De Nederlandse Economische Hogeschool)
Het college geven lag mij. Ik heb ervan genoten en de studenten kwa­men graag luisteren. De Nederlands Economische Hogeschool werd voor een groot deel van de kosten door het Rijk gesubsidieerd, maar was toch een particuliere instelling. Dit was voor ons als hoogleraren bijzon­der plezierig omdat wij een veel grotere vrijheid hadden bij de inrichting van de studie dan de rijksuniversiteiten.

Citaat Witteveen, para 4.3 (Politieke loopbaan)
Ik was inmiddels tot de conclusie gekomen dat de combinatie van het gewoon hoogleraarschap met mijn politieke werk en daarnaast enkele commissariaten toch te veel begon te worden. Er bleef te weinig tijd voor het wetenschappelijke werk, […] Ik besloot begin 1963 voor de politiek te kie­zen en gaf het hoogleraarschap op, maar behield als inkomstenbron mijn commissariaten en accepteerde een plaats op de kandidatenlijst van de VVD voor de Tweede Kamer.

Citaat Witteveen, para 4.3.7 (Relatie met Jelle Zijlstra)
Met Jelle Zijlstra heb ik een lange en speciale relatie gehad. Aan de ene kant stonden we heel dicht bij elkaar. Wij waren beiden economen, alle­bei lector in Rotterdam – waar wij samen een kamer deelden – en daarna beiden hoogleraar, hij aan de vu in Amsterdam en ik in Rotterdam. Wij dachten in dezelfde richting en hebben zo samen het adres tegen de Pu­bliekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) gemaakt. Aan de andere kant was er een zekere concurrentie tussen ons. Ik schreef kritische artikelen in Economisch Statistische Berichten (ESB) over zijn begrotingen en later besprak hij mijn begrotingen kritisch in de Eerste Kamer, waar hij in 1963 lid van werd.

Citaat Witteveen, para 5.5 (Positie minister van Financiën)
Illustratief – voor hoe ik de situatie in die tijd ervoer – zijn de volgende zinsneden in het verslag: ‘De pressie vanuit de Kamer en vanuit de publieke opinie gaat sterk in één richting: hogere uitgaven.’

Citaat Witteveen, para 5.5 (Tegenbegroting)
Het Tweede Kamerlid Th. H. Joekes, financieel woordvoerder van de VVD, die ook bij de Teldersstichting werkte en met wie ik bevriend was, heeft daarom voor het eerst in de parlementaire geschiedenis een tegen­begroting ingediend, waarbij de uitgaven 1 miljard lager werden gesteld. […]
Deze tegenbegroting heeft een belangrijke verandering teweeggebracht, want daarmee is een methode ingezet die daarna in allerlei vormen in onze financiële discussies een vereiste is gebleven: niet zomaar voorstel­len doen tot meer uitgaven en lagere belasting, maar de dekking aange­ven die er tegenover moet staan.

Citaat Witteveen, para 5.6 (Tussenkabinet-Zijlstra)
De oplossing van het tussenkabinet (1966-1967) is gevonden door Jelle Zijlstra. Heel Nederland keek voor de oplossing van het financiële be­grotingsprobleem naar hem, zoals Wim Kan het in zijn oudejaarscon­ference onvergetelijk formuleerde op de tekst van ‘Yellow Submarine’: ‘Waar we heen gaan? Jelle zal wel zien!’

Citaat Witteveen, para 5.7. (De oude Drees over kritiek)
‘Als wat ze in de kranten schrijven je niet bevalt, moet je je daar niet te veel van aantrekken. Over een paar weken worden ze toch ge­bruikt om de kachel aan te maken.’

Citaat Witteveen, para 5.7.2 (‘Wiebeltax’)
Toen er in 2009 een discussie kwam over maatregelen om de economie te stimuleren heb ik minister Bos nog eens op dat instrument geattendeerd. Hij was er niet van op de hoogte. Daarom heb ik de tekst van die wet nog eens toegestuurd aan hem, de minister-president, de president van De Nederlandsche Bank, de Eerste en Tweede Kamer en aan de Sociaal Economische Raad, zodat men weer weet dat dit instrument beschikbaar is.

Citaat Witteveen, para 5.7.4 (Europa)
Belangrijk voor mij was ook de samenwerking in de Europese Economi­sche Gemeenschap (EEG), de voorloper van de huidige Europese Unie. Ik was en ben nog steeds een grote voorstander van de Europese sa­menwerking.

Citaat Witteveen, para 6.1 (‘Dutch mafia’)
Het was ook inderdaad opmerkelijk dat toen zoveel Nederlanders topfuncties bezetten in internationale or­ganisaties: jhr mr Emile van Lennep was secretaris-generaal van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), dr Jelle Zijlstra was president van de BIB (Bank voor Internationale Beta­lingen) in Basel, waarin de centrale banken van industrielanden samen­werken, mr Joseph Luns was secretaris-generaal van de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) en dr A.H. Boerma directeur-generaal van de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties).

Citaat Witteveen, para 6.3.6 (Het nut van reflectie)
Het grootste probleem voor beleidsmakers in moeilijke tijden is echter dat ze geen tijd hebben om rustig na te denken. Ze moeten van de ene vergadering naar de andere vergadering, stapels teksten lezen en praten elkaar al snel na. Ik nam en heb de tijd om na te denken. Zo kreeg ik het idee voor de oil facility tijdens een meditatie in de kerstvakantie.

Citaat Witteveen, para 6.3.6 (Huidige schuldencrisis en IMF).
Voor een oplossing van de huidige schuldencrisis moeten wij denken aan het Internationale Monetaire Fonds, dat opnieuw een speciale faciliteit – een debt facility – zou moeten scheppen, zoals ik destijds in 1973 heb gedaan met de oil facility om de oliecrisis op te lossen en in 1979 met een supplementary facility, die zeer behulpzaam is geweest bij de financiering van de tekorten van de Latijns-Amerikaanse landen.

Citaat Witteveen, para 6.4 (Streven naar harmonie en het IMF)
Ik heb me in het IMF erg op mijn plaats gevoeld. Hier kon mijn streven naar harmonie geheel tot zijn recht komen. Dat was juist wat hier nodig was. En mijn economische training gaf mij ook een goed inzicht in de problemen en de samenhang in de internationale financiële betrekkingen. Het werk lag me en […]

Citaat Witteveen, para 7.6 (Toetsing op nationaal economisch belang)
De verkoop en de opknipping van de ABN AMRO, die nu tot zo’n treurig resultaat heeft geleid, zie ik als een heel ongunstige ontwikkeling voor de Nederlandse economie. Dit doet het licht vallen op een leemte in ons financieel-politieke instru­mentarium: wij missen een bevoegdheid van de regering om grote fusies van voor onze economie belangrijke ondernemingen te toetsen en eventueel te verbieden.

Citaat van professor Jan Pen, para 7.8.4 (De ideeën van Keynes)
Professor J. Pen schreef in de boekbespreking ‘Er zijn duizenden economen, maar er is één Witteveen’ (Het Parool van 2 juli 1988): ‘Alleen hij voldoet aan de volgende omschrijving: bracht na de oorlog de ideeën van Keynes naar Nederland, had in dat opzicht meer invloed op studenten dan wie ook, […]’ en ‘Deze stukken gaan over de monetaire moeilijkheden van de wereld, maar Witteveen komt er telkens in voor als iemand die iets aan de oplossing probeerde bij te dragen.’

Citaat Witteveen, para 8.5.1 (Het zich kunnen verplaatsen in anderen)
Een uiterst belangrijke raadgeving van Hazrat Inayat Khan, die ik altijd heel waardevol heb gevonden, is dus: anderen proberen te begrijpen, ons in het gezichtspunt van de ander te verplaatsen, zodat we met die ander kunnen meevoelen en van daaruit kunnen proberen meer harmonie te bereiken, bruggen te bouwen en tot samenwerking te komen. Dat is van belang in ons eigen leven en in ons leven in de maatschappij.
We kunnen allerlei doelstellingen nastreven, maar we moeten die nooit als het enig ware beschouwen. We kunnen behoren tot een natie, onze rol daarin spelen en onze verplichtingen nakomen maar ervoor waken om meegesleept te worden in de roes van het nationale ego. Zo ook in de religie. […]

Citaat Witteveen, para 8.5.1 (Spirituele inspiratie in het economisch leven)
Ik wilde in dit boek [Soefisme en economie] laten zien dat spirituele inspiratie juist in het economisch leven heel belangrijk is. Dat heb ik uitgewerkt, nadat ik dieper op de geschiedenis van de relatie tussen religie, maatschappij en economie ben ingegaan en op wat Soefisme en spiritualiteit eigenlijk zijn.
De financiële crisis heeft nu overduidelijk gedemonstreerd wat de gevolgen kunnen zijn van het ontbreken van spiritueel besef bij leiders in het bedrijfsleven, […] 

Citaat van A.G. Jacobs, bijlage 4.3 (Het ontstaan van ING)
Zonder enige twijfel kan gezegd worden: zonder Johans krachtige interventie was er geen ING geweest.